|
Manneken-Pis is een standbeeldje in het centrum van Brussel en stelt een plassend jongetje voor. Het 58 cm grote ventje op een sokkel is geplaatst op de hoek van de Stoofstraat (rue de l'Etuve) en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt. Het betreft een bronzen beeldje dat Hiëronymus Duquesnoy in 1619 in opdracht van het stadsbestuur heeft gemaakt als versiering van een publieke fontein waarbij het water uit de penis van het jongetje loopt, alsof hij urineert. Bij speciale gelegenheden plast het jongetje bier of wijn in plaats van water.
Het huidige beeldje is een afgietsel van het eerste, dat in 1817 werd vernield.
Manneken-Pis is wereldberoemd vanwege zijn guitige uiterlijk en de legenden die om zijn persoon werden geweven. De bekendste legende verhaalt over een jongetje dat de stad gered had door vlammen of een brandend lont te blussen door erop te plassen.
Ook zijn uitgebreide garderobe van meer dan 700 kostuums is wereldwijd bekend. Zijn eerste tenue werd op 1 mei 1698 geschonken door de gouverneur van de Oostenrijkse Nederlanden, Maximiliaan II Emanuel van Beieren, ter gelegenheid van de feestelijkheden van een van de gilden van Brussel. Nog steeds wordt elke gelegenheid aangegrepen om aan het Manneken een nieuw kostuumpje te schenken. Deze zijn zo gemaakt dat het ventje nog wel zijn dagelijkse arbeid kan blijven uitoefenen. De kleding van het Manneken wordt zorgvuldig bijgehouden in het museum van de stad op de Grote Markt. Zijn jaslengte is 25 cm, zijn broeklengte 26 cm. Zijn garderobe telt onder andere een Elvis Presley-kostuumpje, voetbaltenues, een Mickey Mouse-outfit, en vele andere. Het Manneken heeft nu (2006) al 30 jaar een officiële aankleder, de rasechte Brusselaar Jacques Stroobants. Zijn vrouw maakte zo'n tweehonderd kostuums voor Manneken Pis.
Het beeldje werd reeds meerdere malen van zijn voetstuk gehaald door vandalen en grappenmakers. Zo bijvoorbeeld op 26 juni 1817, toen in een krant volgend gedichtje tot troost van de verbijsterde Brusselaars werd gepubliceerd:
Ey lieve meisjes! Staakt geschrei
Al koomt gy door dees dievery
een zoeten troost te missen;
hij zal met nerstig onderzoek
nog wel eens koomen uit den hoek
om zonder schroom te pissen.
De twist tussen Brussel en Geraardsbergen (zie Manneken Pis van Geraardsbergen), die draait om de vraag wie nu het oudste beeldje van deze identieke tweeling zou bezitten, raakt waarschijnlijk nooit beslecht.
In 1985 heeft Manneken-Pis een "zusje" gekregen, Jeanneke Pis. Dit is een recent initiatief van de lokale horeca zonder historische basis.
In het Frans-Vlaamse dorp Broksele staat ook een beeld van Manneken Pis. Het is door de stad Brussel aan het kleine dorp geschonken, vanwege de gelijke etymologie van de twee plaatsnamen (beide van "Broeksele", oftewel "vestiging in het moeras").
Film
In 1995 verscheen de 90 minuten durende Nederlandstalige film met de naam Manneken Pis van Frank Van Passel, met onder meer Antje de Boeck (als Jeanne), Frank Vercruyssen (als Harry), Ann Petersen (als Denise), Wim Opbrouck (als Bert) en Stany Crets (als Désiré).
Triva
- Manneken Pis komt tot leven in het Suske en Wiske-album "Het kregelige ketje". Hij speelt een belangrijke rol in de rest van het verhaal.
- In het Nero-album "De Zwarte Toren" bezoekt Nero Brussel en ziet voor het eerst Manneken Pis. Nadat hij het beeldje begroet heeft, plast het hem echter onder.
- Komiek Alex Agnew pleitte ooit in een conference dat Manneken Pis als Belgisch monument echt belachelijk overkomt in vergelijking met buitenlandse monumenten zoals het Vrijheidsbeeld en de Eiffeltoren. Hij pleitte ervoor het beeldje veel groter te maken en het "Pis-Man" te noemen. Als men in het buitenland dan nog om het beeldje zou lachen kon het reusachtige beeld iedereen onderpissen met de woorden: "Don't fuck with the Belgians."
- In het Asterixalbum "Asterix en de Belgen" loopt het zoontje van één van de Belgen weg omdat het dringend moet plassen. Dit is een verwijzing naar Manneken Pis.
Geschiedennis / Histoire
Manneken Pis BRUSSEL-STAD / BRUSSEL
(Stoofstraat - Eikstraat/Rue de l'Etuve - R. Du Chêne)
Nederlands
Manneken Pis is, samen met de Ommegang en de Meiboomplanting, een grote blikvanger van het Brussels volksleven.
Manneken Pis is een van de vele Brusselse fonteinen uit vroegere eeuwen. Uit de oude archieven van Sint-Goedele, nu Sint-Michielskathedraal, blijkt dat reeds in 1388 hij als openbaar fontein dienst deed. Inderdaad, een tekst uit die periode vermeldt dat het "Juilanekensborre" zich bevond op de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat en water van de Coudenberg debiteerde.
Juliaan was de naam van het stenen Manneken dat aldaar als fontein stond opgesteld. Andere fonteinen waren de Drie Maagden, de Spuwer en het Leeuwken. Nog andere worden vermeld in een nota uit 1451-1452 betreffende het Waterleidingsnet en bewaard in de Archieven van de Stad Brussel : "fonteyn d'Menneken pist, fonteyn in de Volderstraete, gulden fonteyn in den stad huys, fonteyn op Sinter Claes Merct".
Slechts in 1619 werd het stenen Manneken Pis vervangen door en bronzen, op verzoek van de stadsoverheid ontworpen door Jeroen Duquesnoy, befaamd beeldhouwer. Zijn eerste kostuum werd in 1698 geschonken door de Vorst van Beieren. In 1747 ontvangst hij een goud-brokaten pak, gift van de Franse koning Lodewijk XV.
Spijtig genoeg heeft hij ook te lijden door vandalen. Het beelde werd zelfs meermalen gestolen. Een eerste maal gebeurde dit in 1745, waarbij Engelse soldaten betrokken waren. Een tweede poging werd twee jaar later ondernomen door Franse grenadiers waarna het koninklijk geschenk als eerherstel moest dienen. In 1817 werd het beeld verbrijzeld door een vrijgelaten galeiboef, Antoon Lycas, die voor zijn snode daad in het openbaar werd gebrandmerkt.
Van simpel utilitair fonteintje is Manneken Pis uitgegroeid tot een legendarische wereldfiguur. Symbool van onbezorgdheid maar ook van contestatie. Symbool van het verzet tegen de bezetters doorheen de eeuwen en tegen al wat fanatiek is. Hij is tevens de exponent geworden van de Brusselse humor of "zwanze". Manneken Pis wordt nauw betrokken bij het lief en het leed van de stad.
Manneken Pis is het gedroomde humoristisch onderwerp voor de Brusselse artiesten. De Franse zanger Maurice Chevalier bezong op zijn beurt de lof van Manneken Pis, het Brussels ketje.
Manneken Pis heeft vele titels : hij is ridder van de orde van Sint-Lodewijk, is ere-brigadier van verscheidene regimenten, is ere-burger van Sint-Gillis. Men noemt hem de Oudste Burger van Brussel. Ten slotte kreeg hij de titel van "Ambassadeur nr 1 van Brussels cultureel en folkloristisch Patrimonium". Hij draagt inderdaad heel wat bij tot de toeristische promotie van Brussel.
Hierbij wordt hij geholpen door de actieve leden van de Orde der Vrienden van Manneken-Pis, die zorgen voor het onthaal van de vele toeristen nabij het beroemd fonteintje, en die in binnen- en buitenland deelnemen aan de meest verscheiden manifestaties ten bate van culturele uitstraling van Brussel (Rijsel, Maastricht, Metz, Lisieux, Ter Appel, Zandvoort, Le Pays d'Auge, ...).
Frans
Le Manneken-Pis, avec le défilé de l'Ommegang et la plantation du Meyboom, constitue de nos jours l'un des principaux attraits du folklore bruxellois.
Voici quelques siècles, il s'agissait d'une des nombreuses fontaines alimentant la ville en eau potable. Il était plus connu alors sous le nom de "Petit Julien". Le nom de Manneken-Pis apparaît pour la première fois dans les annales de Bruxelles en 1377 (d'autres sources parlent de 1388).
La statue actuelle en bronze date de 1619 et est l'oeuvre du sculpteur Jérôme Duquesnoy. Elle résista au bombardement de la ville par les armées de Louis XIV en 1695. La niche en style rocaille fut ajoutée en 1770.
Manneken-Pis a subi au fil des siècles de nombreux actes de vandalisme. C'est en 1745 qu'il fut dérobé pour la première fois par des soldats anglais. Deux ans plus tard, un grenadier français s'en empare au grand désespoir de la population. En guise de réparation, le roi de France Louis XV le dotera d'un costume de Marquis. En 1817, Antoine Lycas, galérien gracié, sera marqué publiquement au fer rouge pour avoir fortement endommagé la statuette.
Du rang de simple fontaine d'utilité publique, Manneken-Pis s'est hissé aujourd'hui au rang de figure de légende, mondialement connue. Il est devenu le représentant par excellence de l'humour bruxellois - la "zwanze" - et le symbole de l'esprit de contestation et d'insouciance qui caractérise le peuple de la capitale, mais aussi de l'opposition aux multiples occupations étrangères et au fanatisme. De nos jours encore, il s'associe régulièrement aux joies et aux peines de la ville.
Dans la vie artistique bruxelloise, Manneken-Pis est depuis longtemps un sujet rêvé d'inspiration. Il fut à plusieurs reprises la figure centrale des revues du théâtre "Les Folies Bergères" aujourd'hui disparu. Ses louanges ont été chantées par le célèbre chansonnier français Maurice Chevalier.
Chevalier de l'Ordre de Saint-Louis, Brigadier d'Honneur de divers régiments, le plus vieux citoyen de Bruxelles a reçu des mains du Président du Syndicat d'Initiative et de Promotion de Bruxelles le titre envié de "Premier Ambassadeur du Patrimoine folklorique et culturel bruxellois".
Les membres de l'Ordre des Amis de Manneken-Pis l'aident à remplir cette fonction prestigieuse. Cette association, dont les origines remontent à 1954, veille au bon accueil des nombreux touristes qui se pressent chaque jour devant la plus célèbre statue de Bruxelles. L'Ordre participe aux multiples manifestations organisées au profit de l'expansion culturelle de Bruxelles, tant en Belgique qu'à l'étranger (Lille, Maastricht, Zandvoort, Metz, Ter Appel, Lisieux, Le Pays d'Auge...).
Manneken-Pis reçoit régulièrement de nouveaux costumes, et sa garde-robe en compte à l'heure actuelle plus de 750. Ils sont exposés au Musée de la Ville de Bruxelles, situé dans la Maison du Roi, sur la Grand Place.
|